Raad van State vernietigt btw-circulaire over kredietverzekeringen: oude regeling herleeft

Sep 21
De Raad van State heeft op 10 september 2026 Circulaire 2024/C/80 vernietigd. Die circulaire beperkte vanaf 1 januari 2025 de mogelijkheden voor kredietverzekeraars en hun verzekerden om btw terug te vragen op onbetaalde schuldvorderingen.

Het arrest heeft belangrijke praktische gevolgen. De vroegere administratieve beslissing E.T.112.070 van 15 mei 2007 herleeft volgens de Raad van State. Kredietverzekeraars kunnen zich dus opnieuw beroepen op de regeling die vóór 2025 gold, uiteraard onder de voorwaarden van die regeling en met inachtneming van het toepasselijke btw-recht.

De aanleiding voor Circulaire 2024/C/80 was het arrest Euler Hermes van het Hof van Justitie van 9 februari 2023. Het Hof oordeelde dat het gedeelte van een schuldvordering waarvoor de verzekerde door de kredietverzekeraar wordt vergoed, voor de toepassing van artikel 90 van de btw-richtlijn niet als onbetaald kan worden beschouwd.

De Belgische btw-administratie trok daar eind 2024 conclusies uit. Volgens de administratie was de vergoeding door de kredietverzekeraar een betaling door een derde. Voor het vergoede gedeelte kon de verzekerde daarom geen btw meer terugvragen.

Ook de kredietverzekeraar zelf werd van btw-teruggaaf uitgesloten, zelfs wanneer hij in de rechten van de verzekerde was gesubrogeerd. Daarmee week de administratie af van een praktijk die jarenlang was toegepast.

Onder beslissing E.T.112.070 kon een kredietverzekeraar onder bepaalde voorwaarden in de plaats van de verzekerde btw terugvragen. Wie dat recht precies kon uitoefenen, hing af van de omvang van de dekking en van de subrogatie.

Was alleen de schuldvordering exclusief btw verzekerd, dan bleef het recht op teruggaaf van de btw in principe bij de verzekerde. Was ook de btw verzekerd en was de kredietverzekeraar volledig in de rechten van de verzekerde gesubrogeerd, dan kon de kredietverzekeraar zelf de btw-teruggaaf vragen.

Circulaire 2024/C/80 maakte vanaf 1 januari 2025 in de administratieve praktijk een einde aan die regeling.

De Raad van State grijpt in

De Belgische Staat stelde dat de circulaire alleen verduidelijkte hoe het arrest Euler Hermes volgens de administratie moest worden toegepast. Een louter interpretatieve circulaire kan in principe niet door de Raad van State worden vernietigd.

De Raad van State gaat daar niet in mee.

Volgens de Raad deed de circulaire meer dan alleen de bestaande regels uitleggen. Ze sloot kredietverzekeraars uit van een mogelijkheid tot btw-teruggaaf waarop zij voordien wel aanspraak konden maken. Daardoor wijzigde de circulaire hun rechtspositie. De Raad beschouwde de circulaire dan ook als verordenend.

Vervolgens stelde de Raad vast dat niet was aangetoond dat de circulaire door de bevoegde overheid was vastgesteld.

Artikel 1 van KB nr. 4 laat toe om onder bepaalde voorwaarden af te wijken van de gewone regels inzake btw-teruggaaf. Die afwijking moet dan wel worden vastgesteld door of vanwege de minister van Financiën. Volgens de Raad was niet aangetoond dat de circulaire was vastgesteld door de minister van Financiën of door een rechtsgeldig gemachtigde.

Om die reden vernietigde de Raad van State Circulaire 2024/C/80 volledig.

Wat betekent dit voor bestaande dossiers?

Het belangrijkste praktische gevolg is dat beslissing E.T.112.070 volgens het arrest opnieuw van toepassing is.

Kredietverzekeraars en verzekerden doen er daarom goed aan om dossiers vanaf 1 januari 2025 opnieuw te bekijken.

Dat is vooral relevant wanneer:
  • geen btw-teruggaaf werd gevraagd omdat de circulaire die mogelijkheid volgens de toenmalige administratieve positie uitsloot;
  • een eerder gevraagde teruggaaf werd beperkt; of
  • een teruggaaf volledig werd geweigerd.

De vernietiging leidt evenwel niet automatisch tot btw-teruggaaf. Per dossier moeten onder meer de omvang van de subrogatie, de dekking van de btw, de wettelijke voorwaarden en het verbod op dubbele teruggaaf worden onderzocht.

Ook de eventuele verjaring verdient aandacht. Die moet per dossier worden nagegaan, rekening houdend met het ogenblik waarop het recht op teruggaaf is ontstaan en met eventuele stuiting of schorsing van de termijn.

Wanneer al een formele weigering werd meegedeeld, moet bovendien worden bekeken in welke procedurele fase het dossier zich bevindt en welke mogelijkheden nog openstaan.

De discussie is daarmee niet voorbij

De vernietiging van de circulaire betekent niet dat de inhoudelijke discussie na Euler Hermes definitief is beslecht.

De Raad van State heeft de circulaire vernietigd wegens haar verordenend karakter en omdat de bevoegdheid van de steller niet was aangetoond. Hij heeft zich niet uitgesproken over de vraag of de btw-analyse van de administratie, gebaseerd op het arrest Euler Hermes, inhoudelijk volledig juist of onjuist is.

Het arrest Euler Hermes blijft dus relevant. De administratie kan haar standpunt bovendien opnieuw vastleggen, maar dan via een rechtsgeldige regeling en met inachtneming van de bevoegdheidsregels, het fiscale legaliteitsbeginsel en het Unierecht.

Wordt dus vervolgd.

Deze bijdrage is verschenen op TaxWin (te raadplegen op taxwin)