De feiten
Het Hof vertrekt niet van de vraag wie betaalt aan wie. Eerst moet worden nagegaan of er tussen de betrokken groepsvennootschappen een rechtsverhouding bestaat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld.
De enige relevante overeenkomst was de transfer pricing-overeenkomst. Die overeenkomst had betrekking op de bepaling van de interne aankoopprijzen en op het garanderen van een vooraf bepaalde winstmarge. Zij bevatte geen duidelijke verplichting voor Stellantis Portugal om herstellingsdiensten te verrichten voor de fabrikanten tegen vergoeding.
Dat is een belangrijk gegeven. Een prijsmechanisme is niet hetzelfde als een dienstencontract.
Daardoor was het verband tussen de mogelijke herstellingsdiensten en de transfer pricing-aanpassing hoogstens indirect. Een indirect verband volstaat niet voor btw-doeleinden.
Het Hof besluit daarom dat een dergelijke transfer pricing-aanpassing geen vergoeding vormt voor een dienst onder bezwarende titel, tenzij er tussen de groepsvennootschappen werkelijk een rechtsverhouding bestaat met wederzijdse verplichtingen, waarbij de ene vennootschap concrete diensten verricht en de andere daarvoor een vergoeding betaalt via die aanpassing.
Het arrest betekent niet dat transfer pricing-correcties altijd buiten de btw blijven.
Het Hof zegt enkel dat de correctie in deze zaak niet zomaar als vergoeding voor een afzonderlijke dienst kan worden behandeld. Als de nationale rechter zou oordelen dat de aanpassing in werkelijkheid een wijziging vormt van de prijs die Stellantis Portugal betaalde voor de voertuigen, dan moet de impact op de maatstaf van heffing afzonderlijk worden onderzocht.
De juiste vraag is dus niet alleen of er een betaling plaatsvindt. De echte vraag is wat precies wordt aangepast.
Gaat het om:
Die kwalificatie bepaalt uiteindelijk de btw-behandeling.
Het arrest ligt in het verlengde van de conclusie van advocaat-generaal Kokott van 15 januari 2026. Ook daar stond centraal dat een transfer pricing-correctie niet automatisch als één bepaald type handeling mag worden behandeld. Eerst moet worden vastgesteld wat juridisch en economisch werkelijk wordt aangepast.
Verband met Arcomet
Stellantis moet worden gelezen tegen de achtergrond van Arcomet Towercranes, C-726/23.
Stellantis brengt daar nu nuance in. Arcomet mag niet zo worden gelezen dat elke transfer pricing-correctie automatisch een vergoeding voor een dienst vormt. Alles hangt af van de onderliggende rechtsverhouding.
Waar in Arcomet een dienstenkader aanwezig was, bleek in Stellantis vooral sprake van een prijsmechanisme voor voertuigen, bedoeld om een vooraf bepaalde doelmarge te bereiken. Dat verschil is doorslaggevend.
Praktische draagwijdte
Voor ondernemingen die werken met periodieke true-ups wordt documentatie nog belangrijker. Contracten, transfer pricing-policies, prijsformules, creditnota’s, debetnota’s en interne documentatie moeten samen een coherent beeld geven van wat precies wordt gecorrigeerd.
Als de correctie bedoeld is als aanpassing van de prijs van eerder geleverde goederen, moet dat ook blijken uit de contractuele afspraken en de boekhoudkundige verwerking.
Wanneer men daarentegen stelt dat er sprake is van een dienst, moet duidelijk zijn welke dienst wordt verricht, door wie, voor wie, en waarom de betaling de werkelijke tegenwaarde vormt voor die dienst.
Het louter opnemen van bepaalde kosten in een transfer pricing-formule volstaat niet. Kosten kunnen relevant zijn voor de berekening van een prijs, maar zijn op zich geen btw-prestatie. Zij maken de kostendrager dus nog geen dienstverrichter.
Commentaar
De meerwaarde van Stellantis ligt niet in een algemene regel dat transfer pricing-correcties buiten de btw vallen. Zo ver gaat het arrest niet.
Het arrest is vooral belangrijk omdat het de analyse terugbrengt naar haar vertrekpunt. Voor btw-doeleinden is niet beslissend dat er wordt afgerekend, maar waarom er wordt afgerekend.
Die vraag moet worden beantwoord op basis van de juridische en economische realiteit. Wat vertegenwoordigt de correctie werkelijk? Een afzonderlijke dienst? Een aanpassing van een eerdere prijs? Of enkel een bijsturing van de winstpositie binnen de groep?
Daarmee brengt Stellantis nuttige nuance in het debat na Arcomet. Een transfer pricing-correctie kan nog altijd de vergoeding zijn voor een afzonderlijke dienst, maar alleen wanneer duidelijk is welke identificeerbare prestatie wordt verricht en waarom de vergoeding daar rechtstreeks tegenover staat.
Anders gezegd: niet elke transfer pricing true-up is een dienst. Maar elke true-up verdient wel een eigen btw-analyse.
Deze bijdrage is verschenen op TaxWin (te raadplegen op taxwin)
Stellantis Portugal, vroeger Opel Portugal en voordien General Motors Portugal, trad op als nationale distributievennootschap binnen de General Motors-groep. Zij kocht voertuigen van groepsfabrikanten en verkocht die door aan onafhankelijke Portugese dealers.
Wanneer voertuigen gebreken vertoonden, bijvoorbeeld door fabrieksfouten, garantiegevallen of pechbijstand, voerden de dealers de herstellingen uit. Zij factureerden die herstellingen, met btw, aan Stellantis Portugal.
Binnen de groep bestond een transfer pricing-overeenkomst. Die overeenkomst had tot doel om Stellantis Portugal een vooraf bepaalde winstmarge te garanderen op de doorverkoop van de voertuigen. De interne aankoopprijs van de voertuigen werd daarom achteraf aangepast via creditnota’s of debetnota’s van de groepsfabrikanten.
De Portugese belastingadministratie stelde dat die aanpassing geen gewone prijscorrectie was. Volgens haar verrichtte Stellantis Portugal herstellingsdiensten voor de fabrikanten en vormde de transfer pricing-aanpassing de vergoeding voor die diensten. Op basis daarvan werd bijkomende btw gevorderd.
Wat heeft het Hof beslist?
Het Hof vertrekt niet van de vraag wie betaalt aan wie. Eerst moet worden nagegaan of er tussen de betrokken groepsvennootschappen een rechtsverhouding bestaat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld.
Dat bleek hier niet uit het dossier.
De enige relevante overeenkomst was de transfer pricing-overeenkomst. Die overeenkomst had betrekking op de bepaling van de interne aankoopprijzen en op het garanderen van een vooraf bepaalde winstmarge. Zij bevatte geen duidelijke verplichting voor Stellantis Portugal om herstellingsdiensten te verrichten voor de fabrikanten tegen vergoeding.
Dat is een belangrijk gegeven. Een prijsmechanisme is niet hetzelfde als een dienstencontract.
Ook de berekeningswijze van de correctie speelde een belangrijke rol. De herstellingskosten waren slechts één element in een bredere formule. De correctie hield ook rekening met andere distributiekosten, zoals personeel, elektriciteit en marketing. Bovendien kon het mechanisme zowel leiden tot een creditnota als tot een debetnota.
Daardoor was het verband tussen de mogelijke herstellingsdiensten en de transfer pricing-aanpassing hoogstens indirect. Een indirect verband volstaat niet voor btw-doeleinden.
Het Hof besluit daarom dat een dergelijke transfer pricing-aanpassing geen vergoeding vormt voor een dienst onder bezwarende titel, tenzij er tussen de groepsvennootschappen werkelijk een rechtsverhouding bestaat met wederzijdse verplichtingen, waarbij de ene vennootschap concrete diensten verricht en de andere daarvoor een vergoeding betaalt via die aanpassing.
Niet automatisch een dienst, maar ook niet automatisch buiten de heffing
Het arrest betekent niet dat transfer pricing-correcties altijd buiten de btw blijven.
Het Hof zegt enkel dat de correctie in deze zaak niet zomaar als vergoeding voor een afzonderlijke dienst kan worden behandeld. Als de nationale rechter zou oordelen dat de aanpassing in werkelijkheid een wijziging vormt van de prijs die Stellantis Portugal betaalde voor de voertuigen, dan moet de impact op de maatstaf van heffing afzonderlijk worden onderzocht.
De juiste vraag is dus niet alleen of er een betaling plaatsvindt. De echte vraag is wat precies wordt aangepast.
Gaat het om:
- een vergoeding voor een afzonderlijke dienst;
- een aanpassing van de prijs van eerder geleverde goederen;
- of een loutere correctie van de winstpositie binnen de groep?
Die kwalificatie bepaalt uiteindelijk de btw-behandeling.
Het arrest ligt in het verlengde van de conclusie van advocaat-generaal Kokott van 15 januari 2026. Ook daar stond centraal dat een transfer pricing-correctie niet automatisch als één bepaald type handeling mag worden behandeld. Eerst moet worden vastgesteld wat juridisch en economisch werkelijk wordt aangepast.
Verband met Arcomet
Stellantis moet worden gelezen tegen de achtergrond van Arcomet Towercranes, C-726/23.
In Arcomet aanvaardde het Hof dat een transfer pricing-aanpassing verband kon houden met diensten. Dat kwam vooral doordat de regeling volgens de verwijzende rechter betrekking had op centrale ondersteunende diensten die de moedermaatschappij aan de dochtervennootschap verleende.
Stellantis brengt daar nu nuance in. Arcomet mag niet zo worden gelezen dat elke transfer pricing-correctie automatisch een vergoeding voor een dienst vormt. Alles hangt af van de onderliggende rechtsverhouding.
Waar in Arcomet een dienstenkader aanwezig was, bleek in Stellantis vooral sprake van een prijsmechanisme voor voertuigen, bedoeld om een vooraf bepaalde doelmarge te bereiken. Dat verschil is doorslaggevend.
Praktische draagwijdte
Voor ondernemingen die werken met periodieke true-ups wordt documentatie nog belangrijker. Contracten, transfer pricing-policies, prijsformules, creditnota’s, debetnota’s en interne documentatie moeten samen een coherent beeld geven van wat precies wordt gecorrigeerd.
Als de correctie bedoeld is als aanpassing van de prijs van eerder geleverde goederen, moet dat ook blijken uit de contractuele afspraken en de boekhoudkundige verwerking.
Wanneer men daarentegen stelt dat er sprake is van een dienst, moet duidelijk zijn welke dienst wordt verricht, door wie, voor wie, en waarom de betaling de werkelijke tegenwaarde vormt voor die dienst.
Het louter opnemen van bepaalde kosten in een transfer pricing-formule volstaat niet. Kosten kunnen relevant zijn voor de berekening van een prijs, maar zijn op zich geen btw-prestatie. Zij maken de kostendrager dus nog geen dienstverrichter.
Commentaar
De meerwaarde van Stellantis ligt niet in een algemene regel dat transfer pricing-correcties buiten de btw vallen. Zo ver gaat het arrest niet.
Het arrest is vooral belangrijk omdat het de analyse terugbrengt naar haar vertrekpunt. Voor btw-doeleinden is niet beslissend dat er wordt afgerekend, maar waarom er wordt afgerekend.
Die vraag moet worden beantwoord op basis van de juridische en economische realiteit. Wat vertegenwoordigt de correctie werkelijk? Een afzonderlijke dienst? Een aanpassing van een eerdere prijs? Of enkel een bijsturing van de winstpositie binnen de groep?
Daarmee brengt Stellantis nuttige nuance in het debat na Arcomet. Een transfer pricing-correctie kan nog altijd de vergoeding zijn voor een afzonderlijke dienst, maar alleen wanneer duidelijk is welke identificeerbare prestatie wordt verricht en waarom de vergoeding daar rechtstreeks tegenover staat.
Anders gezegd: niet elke transfer pricing true-up is een dienst. Maar elke true-up verdient wel een eigen btw-analyse.
Deze bijdrage is verschenen op TaxWin (te raadplegen op taxwin)
