Vanaf 1 maart 2026: nieuwe btw-tarieven voor take-away en vrijetijdseconomie

Jan 15
Nog net vóór Kerstmis bereikte de regering een akkoord over een ontwerp van KB dat uitvoering geeft aan de tijdens het begrotingsconclaaf overeengekomen aanpassingen van de btw-tarieven. Het ontwerp werd goedgekeurd door de ministerraad in het kader van het meerjarig begrotingsakkoord. Het gaat niet om een fundamenteel nieuw tariefstelsel, maar om een herschikking binnen KB nr. 20 tussen de tarieven van 6 %, 12 % en 21 %, met toepassing op btw die opeisbaar wordt vanaf 1 maart 2026.

De blikvanger is de ingreep rond meeneemmaaltijden. Daarnaast springt ook de vrijetijdseconomie in het oog: een algemene verschuiving naar 12 % wordt gecombineerd met gerichte uitzonderingen voor bepaalde podiumkunsten, waardoor de tariefwijziging niet uniform doorwerkt.
Herschikking binnen KB nr. 20

De hervorming herschikt verschillende rubrieken tussen tabel A (6 %) en tabel B (12 %), met in bepaalde gevallen een doorschuiving naar het resttarief van 21 %.

1. Meststoffen en fytofarmaceutische producten (pesticiden)

Meststoffen blijven in principe onderworpen aan 6 %, maar meststoffen die vermengd zijn met fytofarmaceutische producten worden uitdrukkelijk uitgesloten van dit tarief. Tegelijk wordt het 12 %-tarief voor erkende fytofarmaceutische producten afgeschaft. Het gevolg is dat fytofarmaceutische producten (pesticiden) voortaan onder het tarief van 21 % vallen, inclusief meststoffen die met dergelijke producten zijn vermengd.

2. Hotels en campings

Het btw-tarief voor het verschaffen van gemeubeld logies, met of zonder ontbijt, evenals de terbeschikkingstelling van plaatsen om te kamperen, verhoogt van 6 % naar 12 %. Dit geldt (uiteraard) ook voor B&B’s die hun diensten met toepassing van btw aanbieden.

3. Restaurant- en cateringdiensten

Restaurant- en cateringdiensten blijven onderworpen aan 12 %, maar de uitsluiting voor dranken wordt verfijnd. Tot op heden zijn de dranken die ter plaatse worden geconsumeerd onderworpen aan 21% btw. Voortaan zou deze uitsluiting van het verlaagd tarief enkel nog gelden voor alcoholhoudende dranken boven vastgelegde drempels, namelijk (enkel) bieren met een alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % en andere dranken met meer dan 1,2 % zouden nog zijn onderworpen aan het 21%-tarief. Niet-alcoholische dranken die worden geserveerd bij de uitvoering van restaurant- en cateringdiensten volgen daardoor in principe het tarief van de dienst en vallen mee onder 12 %.

4. Meeneemmaaltijden

Het ontwerp breidt het tarief van 12 % uit naar de levering van meeneemmaaltijden en ter plaatse bereide voedingsmiddelen en dranken, met een gedetailleerde definitie die aanknoopt bij consumptieklaarheid en beperkte houdbaarheid (maximaal twee dagen vanaf de dag van bereiding). Het ontbijt wordt daarbij niet als een “maaltijd” gezien en ontsnapt aan de hogere btw-heffing. Bepaalde luxeproducten blijven expliciet uitgesloten en blijven onderworpen aan 21 %.

5. Inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak

Het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak verschuift in principe van 6 % naar 12 %. Tegelijk wordt een gerichte uitzondering ingevoerd voor (straat)theater, choreografie, circus, opera en klassieke muziek, die aan 6 % onderworpen blijven.

De tariefaanpassingen zouden in werking treden op 1 maart 2026. Volgens het ontwerp geldt dit voor btw die opeisbaar is vanaf die datum, overeenkomstig artikel 17, § 1 en de artikelen 22 en 22bis, § 1 WBTW. Dit maakt dat voorschotten, reservaties en pre-sales in de praktijk bepalend kunnen zijn voor het toepasselijke tarief.

Slotbeschouwing

Deze tariefherschikking is in hoofdzaak budgettair gedreven en moet bijkomende middelen opleveren. De wetgever kiest voor gerichte verschuivingen en uitzonderingen, in plaats van voor een algemene tariefverhoging. Die keuze heeft echter een prijs. Zij creëert bijkomende kwalificatievragen, vergroot het aantal grensgevallen en laat meer ruimte voor interpretatie. Daardoor wordt de btw-tarificatie complexer, zowel voor ondernemingen als voor de administratie, terwijl de concrete draagwijdte van de afbakeningen vaak pas duidelijk wordt bij controles en betwistingen.

De hervorming heeft inmiddels ook aanzienlijke politieke discussie uitgelokt. In de Kamer volgden meerdere interpellaties. De kritiek richtte zich vooral op de complexe afbakening en de handhaving in de praktijk, onder meer door de 48-uurregel voor meeneemmaaltijden.

Deze bijdrage is verschenen op TaxWin (te raadplegen op taxwin .be)